
© 2010 HH AGB




Het PGB kan door verzekerden worden ingezet om AWBZ-
Verzekerde heeft de regie
Met een PGB kan een verzekerde zelf bepalen van wie hij de zorg wil betrekken, op welke dagen en op welke tijdstippen. Daar staat tegenover dat hij:
zelf de afspraken daarvoor moet maken;
de zorgverlener moet uitbetalen;
een administratie moet bijhouden;
verantwoording moet afleggen.
Na ontvangst van het indicatiebesluit moet een verzekerde het PGB aanvragen bij het zorgkantoor in zijn regio.
Vaststelling en beëindiging van het budget
Het PGB wordt vastgesteld door een berekening van het aantal zorguren per week (klassen) gekoppeld aan het daarbij behorende jaartarief. De klassen en tarieven verschillen per functie. Het zorgkantoor kent het budget toe vanaf de datum van het indicatiebesluit en tot de einddatum van het indicatiebesluit.
Het PGB eindigt als de budgethouder:
voor langer dan twee maanden wordt opgenomen in een AWBZ-
permanent wordt opgenomen in een AWBZ-
zelf om beëindiging verzoekt;
verzoekt om de betreffende zorg weer in natura te mogen ontvangen;
zich niet houdt aan zijn verplichtingen;
overlijdt.
Vaststelling en maximering eigen bijdrage
Voor de functies persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding geldt bij zorg in natura een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Budgethouders die hun PGB gebruiken voor één van deze functies, zijn ook een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd. Het zorgkantoor krijgt inkomensgegevens via het CAK en stelt op basis daarvan de hoogte van de voorlopige eigen bijdrage vast. De bijdrage kan pas definitief worden vastgesteld als het zorgkantoor de definitieve gegevens van de inkomstenbelasting van twee jaar eerder heeft. Een PGB voor 2010 wordt bijvoorbeeld defintief vastgesteld op basis van iemands verzamelinkomen over 2008.
De budgethouder ontvangt een netto PGB waarop de eigen bijdrage al in mindering is gebracht.
De eigen bijdrage geldt niet voor verzekerden:
jonger dan 18 jaar; of
waarvan de partner in een AWBZ-
Verzekerden die voor zichzelf en/of een partner ook een eigen bijdrage betalen voor
thuiszorg in natura of een Wmo-
Uitbetaling en besteding
Het PGB wordt uitbetaald in voorschotten. Aan de hand van de omvang van het PGB bepaalt het zorgkantoor of dit in één keer, per half jaar, per kwartaal of maandelijks plaatsvindt.
Voor de budgethouder zelf geldt het PGB niet als inkomen, voor degene die ermee wordt betaald wél.
Het PGB is niet geoormerkt voor de geïndiceerde functie(s). Dat wil zeggen dat de budgethouder het budget ook aan andere zorg mag uitgeven of aan bemiddelingskosten voor het organiseren van de zorg.
NB: De verzekerde die ná 1 januari 2009 is geïndiceerd voor verblijf, mag het budget ook besteden aan huishoudelijke hulp.
Inhouding en afdracht loonbelasting en sociale premies
De budgethouder is doorgaans niet inhoudingsplichtig als de zorgverlener:
een instelling is, een freelancer, een partner, een inwonend familielid, een bewindvoerder of een curator; en
maximaal 3 dagen per week zorg verleent.
Bij twijfel kan de budgethouder nadere informatie inwinnen bij het SVB Servicecentrum PGB. Het Servicecentrum beantwoordt ook vragen over arbeidsrecht.
Het zorgkantoor verstrekt de budgethouder samen met de toekenningsbeschikking een
set modelovereenkomsten. Daarmee kan de budgethouder een zorgovereenkomst sluiten
met de zorgverlener van zijn keuze.
De modelovereenkomsten zijn ook te downloaden
vanaf de SVB-
Verantwoording aan zorgkantoor
De budgethouder moet jaarlijks één of tweemaal – afhankelijk van het toegekende budget – een verantwoordingsformulier invullen. Het zorgkantoor controleert de verantwoording en kan eventueel zorgovereenkomsten en declaraties bij de budgethouder opvragen.
Daarnaast moet de budgethouder jaarlijks een opgaafformulier loonbelasting invullen waarop hij de zorgverlener vermeldt voor wie alsnog belasting en premies moet worden afgedragen. Het zorgkantoor stuurt het formulier door naar de Belastingdienst.
NB: Het opgaafformulier hoeft niet te worden ingevuld voor zorgverleners voor wie de SVB al loonbelasting afdraagt.
Niet besteed budget terugbetalen
Het deel van het budget dat de budgethouder niet heeft besteed aan zorg, moet hij terugbetalen aan het zorgkantoor. Hierbij geldt echter een zogenoemd 'vrij besteedbaar bedrag', dat 1,5% van het PGB – na aftrek van eigen bijdragen – bedraagt. Voor dit bedrag geldt een minimum van 250 euro en een maximum van 1250 euro per jaar. De budgethouder hoeft dit bedrag niet terug te betalen.
PGB in het buitenland
Budgethouders die langer dan zes weken naar het buitenland vertrekken en daar lokale
zorgverleners inhuren, zijn verplicht dit te melden aan het zorgkantoor. Het zorgkantoor
past voor de duur van het buitenlands verblijf het budget aan aan de kostennormen
van het betreffende land; hiervoor gelden zogenoemde aanvaardbaarheidspercentages.
Verzekerden
die permanent in het buitenland wonen, hebben geen recht op een PGB.
Budgetuitgifte door zorgkantoor is begrensd
Het PGB is een subsidieregeling, waarvan het plafond jaarlijks door het ministerie van VWS wordt vastgesteld; het CVZ verdeelt dit bedrag over de zorgkantoren. Wanneer een zorgkantoor zijn budget heeft uitgegeven, kan het voor de rest van het kalenderjaar geen nieuwe PGB’s verstrekken. Verzekerden die op dat moment een PGB willen, komen op een wachtlijst. Wel kan het zorgkantoor bekijken of de hulp in de overbruggingstermijn in natura kan worden verleend. Uitzondering hierop zijn verzekerden die al een PGB ontvangen en opnieuw geïndiceerd worden. Voor hen is het subsidieplafond niet van toepassing.

